Klinische studies

Reukstoornissen bij neurochirurgische patienten

Prospectief onderzoek bij patienten die een ingreep (neurochirurgisch dan wel KNO) ondergaan die functie van de nervus olfactorius kan beinvloeden. De patienten worden pre- en postoperatief onderzocht dmw een nieuwe zeer uitgebreide reuktest teneinde de invloed van een operatie op de reuk te kunnen bepalen.

Ontwikkeling van een multifactorieel patienten model voor de optimale nabehandeling van patienten geopereerd aan een lumbale hernia

In samenwerking met de fysiotherapie, medische psychologie en de afdeling paramedische wetenschappen wordt er, prospectief, een grote groep patienten geopereerd aan een lumbale hernia, geanalyseerd om patientenkarakteristieken te bepalen aan de hand waarvan een optimale nabehandeling kan worden bepaald voor veschillende patientengroepen.

Cervicale discusprothese

Promotieonderzoek. Prospectief gerandomiseerd onderzoek waarbij de cervicale discusprothese vergeleken wordt met discectomie zonder implantaat en discectomie met cage bij de chirurgische behandeling bij cervicale HNP. Met name wordt hierbij de hypothese getoetst, dat behoud van segmentale mobiliteit adjacent disc disease zou kunnen voorkomen.

Development of minimally invasive techniques for placement of spinal cord stimulation electrodes.

Plaatsing van chirurgische leads voor spinal cord stimulation geeft tot nu toe veel (pijn)problemen. De ontwikkelling van eem minimaal invasieve techniek mbv een tubing system kan deze postoperatieve pijnproblemen verkleinen.

Microvasculaire decompressie bij patienten met onbehandelbare hypertensie

Prospectief onderzoek naar het effect van microvasculaire decompressie (MVD) van de medulla oblongata (MO) bij patienten met onbehandelbare hypertensie. Tot op heden zijn er ahv drie kleinere cohort studies aanwijzingen gevonden dat MVD van MO een gunstig effect kan hebben op hypertensie. In deze studies ontbrak het vaak aan optimale gegevens tav de hypertensie (catecholaminespiegels, sympaticustonus). De patienten worden preoperatief uitvoerig gescreend ahv van een protocol, waarbij onder andere de sympaticustonus en catecholamines worden bepaald, alvorens inclusie kan plaatsvinden. Eindpunt is een jaar na de operatie.

Prospectieve cohort-studie naar de effectiviteit van microchirurgische III. Ventriculostomie via een supraorbitale craniotomie voor de behandeling van hydrocephalus occlusus

De behandeling van hydrocephalus occlusus bestaat bij voorkeur uit een endoscopische III. Ventriculocisternostomie. Incidenteel laat de anatomie van de ventrikels een endoscopische benadering niet toe en/of zijn reeds multipele drainrevisies uitgevoerd. De ontwikkeling van microchirurgische keyhole approaches maakt het mogelijk met zeer lage morbiditeit een fenestratie van de lamina terminalis en de Lilieguistse membraan te bereiken en een microchirurgische ventriculostomie uit te voeren. In een prospectief opgezette studie moet de indicatiestelling hiertoe verder uitgediept worden, de effectiviteit gecontroleerd worden alsmede de morbiditeit bepaald gaan worden.

Temporale arachnoidale cysten: samenhang met neuropsychologische stoornissen en effectiviteit van chirurgische behandeling

Prospectieve cohort-studie naar het voorkomen van neuropsychologische stoornissen bij temporale arachnoidale cysten en het effect van endoscopische of microchirurgische cystefenestratie hierop.

Prospectief onderzoek naar de waarde van microvasculaire decompressie bij progressief onverklaard visusverlies

Promotieonderzoek. Incidentele berichten in de medische literatuur duiden op de mogelijke bestaan van vasculaire compressie van de nervus opticus met progressief visusverlies als gevolg. In dit onderzoek zal enerzijds gewerkt worden aan een diermodel voor het bestuderen van de effecten van vasculaire compressie op de nervus opticus, anderzijds zullen in een prospectieve cohort-studie patiŽnten met onverklaard progressief visusverlies onderzocht gaan worden op een eventueel voorkomen van vasculaire opticuscompressie en zal het effect van microchirurgische opticusdecompressie gemeten gaan worden.

Motor Cortex Stimulation in therapy resistent pain syndromes

Een aantal zeer therapieresistente pijnpatienten blijken goed te reageren op motorcortex stimulatie, maar de neurofysiologische achtergronden, patientenselectie en het genavigeerd lokaliseren van de juiste electrodeplaats zijn nooit goed uitgezocht. Dit gebeurt nu retro- en prospectief in een gecombineerd onderzoek van pijnteam, neurochirurgie , neurologie, neurofysiologie en het Donders instituut, maar ook samen met neurochirurgie Groningen.