Minimaal invasieve en endoscopische neurochirurgie

Elke operatie betekent het toebrengen van letsel aan de patiŽnt met het oogmerk de gezondheidstoestand van de patiŽnt hierdoor op den duur te verbeteren. In het NCCN wordt ernaar gestreefd dit door de operatie toegevoegde letsel zo klein mogelijk te houden. Deze zogenaamde "minimaal invasieve neurochirurgie" probeert het operatietrauma te verkleinen door gebruik te maken van kortere huidincisies, kleinere schedelopeningen en minder manipulatie van hersen- en zenuwweefsel door optimaal gebruik te maken van een goede operatieplanning, nieuwe chirurgische technieken en neuronavigatie.

Dit moet uiteindelijk resulteren in een optimale behandeling van de achterliggende aandoening, maar met minder belasting voor de patiŽnt en een korter oponthoud in het ziekenhuis. Binnen het NCCN worden daarom ook nieuwe operatietechnieken ontwikkeld om dit doel te bereiken. Voorbeelden hiervan zijn endoscopische hypofysechirurgie en de deelname aan een internationaal project voor robot-geassisteerde chirurgie.

De endoscopische neurochirurgie speelt hierbij ook een grote rol. Het gebruik van endoscopen (kijkbuizen) biedt de mogelijkheid nieuwe effectieve behandelingen van aandoeningen te ontwikkelen, zoals bij hydrocephalus (waterhoofd) en cysten (holtevormingen), en draagt bij aan het verbeteren van de chirurgische behandeling van andere aandoeningen. Endoscopie is bij uitstek het middel om het letsel van de operatie te verkleinen.

Binnen Nederland heeft het NCCN een voortrekkersrol op het gebied van de endoscopie in de neurochirurgie en wordt vanuit het NCCN de ontwikkeling van endoscopie in andere neurochirurgische centra ondersteund. Ook internationaal is er brede erkenning voor de expertise in het NCCN op dit gebied met vele uitnodigingen voor voordrachten op congressen en cursussen. Tevens wordt er vanuit het NCCN over dit thema regelmatig gepubliceerd en vinden leerboeken hierover gretig aftrek.